zaterdag 15 december 2012

Een hardnekkig vermoeden

In de hedendaagse beeldcultuur komen dagelijkse vele, vele foto's voorbij. De meeste trekken niet langer dan een of twee tellen de aandacht. Maar er zijn afbeeldingen, die iets beter mijn interesse kunnen vasthouden. Het zijn vaak foto's, waarop slechts een deel van het object zichtbaar is. Zelf maak ik ook graag van zulke foto's. Omdat ze - door het geheel slechts partieel in beeld te brengen - je de vraag laten stellen: 'Wat zou er nog meer te zien zijn, buiten de randen van de afbeelding?' Zulke foto's wekken je nieuwsgierigheid naar dat 'meer', waardoor je langer, beter, verwachtingsvoller kijkt naar de afbeelding.

Een vermoeden, misschien wel een hardnekkig vermoeden ligt ook ten grondslag aan het onderwerp, dat ik in mijn sabbatverlof wil onderzoeken. Inmiddels heeft de bisschop zijn goedkeuring verleend aan mijn sabbatverlof, dat per 1 januari 2013 aanvangt. In de aanvraag voor het sabbatverlof, die aanleiding gaf tot de bisschoppelijke akkoordverklaring, heb ik - bij wijze van vermoeden - gesteld dat het 'heel verfrissend (kan) zijn om op een andere manier te (leren) kijken naar het actuele krimpscenario. Wellicht kan de huidige ontwikkeling ons helpen om ons opnieuw te concentreren op de kernwaarden van het christendom, op datgene waar het Jezus van Nazaret in essentie om te doen was. Het naderende koninkrijk Gods zette hem ertoe aan om Gods liefde zichtbaar te maken in zijn eigen sterke spirituele verbondenheid met God en – nauw daarmee samenhangend – in zijn ultieme dienstbaarheid aan het tot hun recht brengen van de mensen met wie hij omging.

Kwalitatieve groei

De kwantitatieve krimp, waarvan hierboven sprake was, zou – in een proces van her­bronning – wel eens kunnen leiden tot een kwalitatieve groei. Het is niet zo, dat de inhoud van de christelijke boodschap verloren is gegaan, maar ze is – door alle aandacht voor re­organisatie en schaalvergroting in de afgelopen tijd, – wel onder het stof geraakt. Dat vraag dus om een andere manier van kijken naar de realiteit van geloof en kerk.'

Meer toegespitst heb ik de vraagstelling voor mijn onderzoek geformuleerd als het 'zoeken naar en (op bescheiden schaal) ontwikkelen van concrete handelingsmodel­len die ons helpen bij het terugkeren naar de kernwaarden van het christendom (geloven in het naderende koninkrijk Gods), waarbij we ons concentreren op de inspiratie ('zijn') en minder op de organisatie ('hebben'). Deze handelingsmodellen zullen gevonden en ontwikkeld dienen te wor­den vanuit het krimpscenario als een kansrijk proces. Juist die worteling in de krimpsituatie is van belang om de slagingskans van de handelingsmodellen zo groot mogelijk te maken.'

Drie vragen

Deze globale vraagstelling heb ik nader uitgewerkt in een drietal, hieronder toegelichte, vragen, die ik in de komende maanden verder wil exploreren. Elk van deze drie vragen gaat uit van een veronderstelling (een vermoeden of hypothese), waarvan ik het werkelijkheidsgehalte wil onderzoeken aan de hand van a) gesprekken met mensen en groepen die met de betreffende vragen al enige ervaring hebben en b) relevante filosofische, fundamenteel-theologische en praktisch-theologische literatuur. Het gaat om de volgende vragen:

  1. In de Nederlandse samenleving is de positie van de kerk meer en meer marginaal geworden. Dat beschouw ik niet als een verlies, maar als winst. Want we hebben geen positie meer te verdedigen. Deze positie maakt ons vrij(er) in onze uitlatingen, in onze kritiek op wat gangbaar is in de samenleving. Daardoor kunnen we de evangelische kern van gerechtigheid en vrede - Jezus noemt dat: het koninkrijk Gods - beter onder de aandacht brengen. De vraag, die ik in dit verband wil onderzoeken, is derhalve: waar wordt zichtbaar dat de marginale positie van de kerk als winst gezien kan worden voor inspiratie vanuit het geloof?
  2. Ik veronderstel dat er in het organiseren van en in het denken over geloof en kerk een omvorming moet plaats vinden van instituut naar beweging. Deze transformatie is nodig, niet alleen voor het grote instituut, maar ook voor het 'instituut in het klein': de parochie c.q. de parochiekern. Want waar de parochiekern nog zoveel mogelijk probeert overeind te houden wat ooit allemaal gebeurde in de parochie, blijft ze zich gedragen als een instituut. De beweeglijkheid van de parochiekern (de flexibiliteit) geeft vermoedelijk meer toekomstkansen dan de institutionele route. Vandaar de vraag: waar wordt zichtbaar dat de 'kerk als beweging' kansen oplevert voor het geloof van mensen met het oog op de toekomst?
  3. De derde hypothese heeft te maken met het gegeven, dat de individualiteit die hedendaagse mensen kenmerkt ertoe leidt, dat het zoeken naar gemeenschappelijkheid en verbondenheid steeds een fragmentarisch karakter heeft. Verbondenheid is een gebeuren van beperkte duur. De erkenning van deze gefragmentariseerde verbondenheid zou gezien kunnen worden niet als een beperking, maar als een verdieping van de hedendaagse geloofsbeleving. Want de inspiratie van het geloof krijgt juist betekenis op het moment dat ze - gezamenlijk, in onderlinge dialoog - gevonden en gezien wordt; men neemt die mee als waardevolle bagage voor de eigen levensgeschiedenis. De derde vraag als toespitsing van het onderzoek richt zich dus op het zoeken naar waar zichtbaar wordt, dat de gefragmentariseerde verbondenheid kansen oplevert voor het geloof van mensen met het oog op de toekomst?

Op zoek naar kansen

Ik besef, dat drie maanden slechts een korte periode is, misschien wel te kort om de hierboven geformuleerde vermoedens te toetsen. Het zou daarom goed zijn de vragen in de komende tijd nog enigszins toe te spitsen, zodat ze kunnen leiden tot hanteerbare conclusies.

Verder realiseer ik mij, dat de hardnekkigheid waarmee wordt vastgehouden aan een vermoeden kan leiden tot vooringenomenheid. Dat wil echter niet zeggen, dat ik mijn vermoeden - dat in de krimp wellicht mooie kansen liggen opgesloten - wil loslaten. Deze week kwam ik ergens de uitspraak tegen: Dreams don't work. Unless you do. Vrij vertaald: dromen zijn bedrog, behalve als je ze tot leidraad neemt. De kansen voor geloof en kerk: daar wil ik dus naar op zoek gaan. Dat ik daarbij het risico loop een illusie te volgen, neem ik op de koop toe.