dinsdag 5 maart 2013

Focus op inspiratie, niet op organisatie

Bezoek aan de Ekklesia in Breda

Ingang van de Waalse Kerk
Sinds drie jaar komen mensen van allerlei pluimage iedere maand naar de vieringen, hunkerend naar bezieling. 'Wij willen er uitdrukkelijk voor waken,' zegt Joke de Kock, bestuurslid van en een van de drijvende krachten achter de Ekklesia, 'dat we de inspiratie zouden verliezen, doordat we teveel aandacht moeten geven aan het opbouwen van een organisatie. We willen graag een plek zijn van inspiratie en ontmoeting, want in het enthousiasme van het samen-zijn ontdekken we iets van het goddelijke.'

De viering in de Waalse Kerk aan de Catharinastraat in Breda wordt vandaag, op zondag 3 maart 2013, bezocht door zo'n honderdtwintig mensen. 'Sommige mensen komen als vaste bezoeker elke maand,' vertelt Franck Ploum, initiatiefnemer van en voorganger in de Ekklesia, 'andere om de twee of drie maanden. Alles bij elkaar hebben we tussen de vijf- en zeshonderd belangstellenden.' Een van hen is Wim Goijaarts, eveneens bestuurslid en daarnaast actief als zanger in het Ekklesia-koor, dat onder de gedreven leiding staat van Jerry Korsmit. 'In mijn eigen parochie in de Haagse Beemden in Breda-Noord,' geeft Wim aan, 'ben ik betrokken als vrijwilliger en dat doe ik van harte. Maar hier, in de Ekklesia kom ik om inspiratie op te doen.'

In de traditie van Oosterhuis

De wijze waarop de viering wordt vorm gegeven is vrij klassiek: gebeden, schriftlezing en overweging (in deze context consequent 'toespraak' genoemd), het delen van matzes en wijn, afgewisseld met liedteksten van Huub Oosterhuis die zijn getoonzet door Aintoine Oomen, Tom Löwenthal en Bernard Huijbers. Het thema van de viering, Weg en omweg, waarin het verhaal van Jakob centraal staat, wordt vandaag in de toespraak uitgelegd door Alex van Heusden, als bijbelwetenschapper verbonden aan De Nieuwe Liefde in Amsterdam, ('centrum voor debat, bezinning en poëzie, een huis voor ‘bezield verband’, waar het woord beschaving opnieuw inhoud krijgt, boven de chaos uit'). De inhoud van de teksten en de liederen door het koor zijn van hoge kwaliteit, maar vragen van de bezoekers wel een zekere verbale vaardigheid en een grote luisterbereidheid. Dichterlijk duidend, evocatief en het zicht openend op (bijbelse) visioenen: zo zijn immers de teksten in de traditie van Oosterhuis te kenschetsen. 'We kiezen ook expliciet voor kwaliteit,' zegt Joke, 'omdat we de inhoud van de viering en van het bijbelse perspectief belangrijker vinden dan de formele rituelen die je vaak nog in traditionele parochies tegenkomt.' Franck vult aan: 'Er komen mensen naar de Ekklesia omwille van de teksten, maar anderen - die zich minder op de woorden concentreren - zijn hier omwille van de liederen. Ze laten zich raken door het zingen en het meezingen. Ook dat is een vorm van bidden.'

Dit ambiëren van kwaliteit komt onder meer tot uitdrukking, aldus Franck, 'in het pogen om de verbinding te leggen tussen de schriftlezingen, de actualiteit daarvan en het samen maaltijd houden. In de traditionele parochiële liturgie zie je vaak zoiets als een drietrapsraket: het begint bij het Oude Testament, maar belangrijker is dan het Nieuwe Testament; het hoogtepunt is echter de eucharistie. Wij proberen hier juist meer een onderlinge eenheid te laten zien tussen schriftlezingen van Oude en Nieuwe Testament, het maaltijd vieren en de actuele gebeurtenissen in de wereld. De structuur van de viering kun je niet beschouwen als een verzameling van losse onderdelen, maar ze is opgezet en bedoeld als één geheel.' Over het vieren van de maaltijd vermeldt de website van de Ekklesia: 'Brood en wijn worden gedeeld, nadat er een tafelgebed gezongen is. Uitgangspunt hierbij is niet de zogenoemde transubstantiatie, maar dat de deelnemers aan de maaltijd zelf worden tot lichaam en bloed, tot de mens die gelooft dat een nieuwe wereld komen zal, waar brood, recht, liefde en waardigheid is voor al wat leeft, een mens die in zichzelf deze wereld reeds werkelijkheid laat worden.'

Bezield verband

Op mijn vraag naar de marginale positie van kerk en geloof in de hedendaagse samenleving geeft Wim aan: 'De Ekklesia is juist vanuit de marge ontstaan en gegroeid. Het zijn met name de mensen die de moed hebben om hun eigen weg van geloof te zoeken in de hedendaagse cultuur, die hier bijeen komen. En in dat zoeken is iedereen welkom, ongeacht kerkelijke herkomst, seksuele voorkeur of politieke overtuiging.' Geconstateerd kan worden, dat de mensen van de Ekklesia zelf de marge van het officiële kerkelijke (katholieke) landschap opzoeken. Het is daarom, dat zij met elkaar wel een bezield verband willen vormen, maar uitdrukkelijk geen 'georganiseerd kerkgenootschapje'. Toch bestaat de verleiding, dat de beweging wel die kant op gaat. 'Maar we willen die verleiding weerstaan,' zegt Franck. 'Als mensen vragen om doop of huwelijk binnen de Ekklesia, dan leggen we uit dat dit niet past binnen onze opzet. Zouden we daar wel in meegaan, dan lopen we het gevaar een afzonderlijke organisatie te worden, die haar focus op inspiratie gemakkelijk kan verliezen.'

 V.l.n.r.: Joke de Kock, Wim Goijaarts en
- met zoon Daniël - Franck Ploum
Inhakend op mijn vraag naar de noodzaak van kerk als beweging, benadrukt Joke, 'dat de Ekklesia een plek is waar de beweging vooruit wordt gemaakt. Die beweging is vooral geënt op de inhoud van het bijbelse visioen, vertaald naar de leefsituatie van hedendaagse mensen. Daarbij staat het vierend samenzijn en de onderlinge ontmoeting centraal.' Belangrijker dan een formele wijding van de voorganger zijn in deze gemeenschap diens inspirerende kwaliteiten, waardoor mensen geraakt worden en in beweging komen. In zekere zin is het in beweging zijn van de Ekklesia ook herkenbaar in de diaconale betrokkenheid op actuele situaties. Deurcollectes voor de voormalige Stichting Vluchtbed, een handtekeningenactie voor 270 dodelijke slachtoffers van een brand in een kledingatelier in Bangladesh (met als gevolg dat het concern C&A middels een schadevergoeding verantwoordelijkheid erkent), maar ook in de 'kleine diaconie' van het onderling delen van lief en leed in de Ekklesia - het zijn enkele voorbeelden van de beweging die gemaakt moet worden vanuit een gelovige inspiratie.

Focus op inspiratie

Al eerder in het gesprek heeft Franck gewezen op de bezoekers van de Ekklesia, waarvan sommigen geregeld en anderen zo nu en dan aanwezig zijn in de vieringen. Het is een aanwijzing voor de verbondenheid in fragmenten, die kenmerkend is voor de hedendaagse mens. 'Deze verbondenheid is,' benadrukt Wim, 'ook zichtbaar in de jaarlijkse Lieddag, waar mensen uit alle windstreken op af komen om zich te oefenen in nieuwe liturgische liederen.' In het verlengde daarvan wijst Franck op een alternatief dat nog bekeken wordt: 'Binnen de Ekklesia zijn we op zoek naar mogelijkheden om - aanvullend op de vieringen - elkaar te ontmoeten en te bemoedigen in een bijbels leerhuis. Maar voorlopig richten we ons nog op de vieringen.'

Joke wijst tot slot op een belangrijke voorwaarde voor het voortbestaan van de Ekklesia: 'We kiezen er bewust voor geen organisatie te willen zijn. De inspiratie staat voorop. Daar komen mensen voor. En daarop willen we focussen. Daarom is het belangrijk, dat een vaste voorganger kan zorgen voor een grote herkenbaarheid. Dat is wellicht ook een probleem van veel parochies. Vanwege de schaalvergroting worden kerkgangers geconfronteerd met relatief veel verschillende voorgangers. Daardoor hebben mensen nogal eens het gevoel, dat ze niet meer gekend worden. Als Franck zou wegvallen, zou dat voor de Ekklesia ook een flinke aderlating zijn.'